Baby in je Buik

De baby in de buik heeft al een hele metamorfose doorgemaakt. Het voelt zich comfortabel, warm, geborgen en veilig in de buik. Honger kent het niet.
De bloedsomloop van een ongeboren kind is anders dan die van een geboren kind. Het kind krijgt nu zuurstofrijk bloed via de aderen van de placenta toegediend en het zuurstofarm bloed wordt via de slagader weer afgevoerd. Bij een ongeboren kind is er sprake van één bloedsomloop en pas als de baby geboren wordt is er ineens een kleine en grote bloedsomloop. Alles is in aanleg aanwezig en past zich aan op het moment van geboorte.

Als een kind het in de baarmoeder goed heeft zal er niet snel een seintje komen van het kind om eerder geboren te worden. Indien er stress is, zal het kind een stresshormoon afgeven waardoor er bij de zwangere allerlei hormonen een rol gaan spelen, de bevalling wordt daarmee in gang gezet.

Bij een groot kind waarbij de zwangere geen Diabetes Mellitus gravidarum (zwangerschaps suiker) heeft, kunnen we ervan uit gaan dat de placenta zeer goed van kwaliteit is. Andersom moet een klein kind het waarschijnlijk hebben van een placenta die minder goed van kwaliteit is. Een klein kind in de buik kan meerdere oorzaken hebben. Onder andere door een rokende moeder, kan er een achterstand ontstaan in de groei. Als een kindje dan ook nog eens eerder geboren wordt is de kans op overleven zonder complicaties een stuk kleiner.

In de aanleg van het kind, wordt ook het kind, jongen of meisje, uitgerust met melklijsten, die er uiteindelijk voor zorgen dat er in de toekomst melk gegeven kan worden. Bij de meisjes gaat de ontwikkeling van de borsten in de pubertijd verder. Bij jongens wordt dit geremd door de mannelijke hormonen.

De schedeldelen van een kind zijn nog niet verbeent zodat een baby makkelijker door het baringskanaal heen past. Deze beenderen kunnen op deze manier makkelijk over elkaar schuiven zodat een kind makkelijker doorgang heeft. Door de enorme groei van de hersenen het eerste jaar blijft er een opening in het schedeldak van het kind, dit wordt het fontanel genoemd. Het is belangrijk dat deze niet te vroeg sluit zodat de hersenen voldoende ruimte hebben om te groeien.

De ligging van het kind is van belang als het in daalt. Dit is meestal rond de 34 weken het geval en in 96% van de gevallen is dit een achterhoofdsligging. 3% is in een stuitligging en 1% een dwarsligger.

Je kan er vanuit gaan dat de meeste baby’s vaginaal geboren kunnen worden. Wat voor een baby ook een natuurlijk proces is en waarbij allerlei andere processen in werking komen wat er voor zorgt dat een baby een betere start krijgt.